Video: Voordracht tijdens de boekpresentatie
Morro Morro
Morro Morro
Ik zeg nooit goedemorgen
Want zo goed is die niet
Ik word wakker met een kop vol zorgen
Gepaard met veel verdriet
Het liefst loop ik door de regen
Zodat je mijn tranen niet ziet
In de stad of op straat
Wordt ik gefreesd en gehaat
Wordt ik in slecht daglicht geplaatst
Het lijkt alsof ik beroemd ben
Er wordt altijd over me gepraat
Op tv en in de krant
Word ik beschilderd als
NACHTMERRIE VAN BLANK NEDERLAND
Maar ik geloof in god
Ik accepteer mijn lot
Ik lijk op een crimineel
Op een dief, dealer of uitschot
Ik weet ik lijk verdacht
Maar ik ben niets anders dan
Een schaap in wolvenvacht
Aziz Aarab
Mootjes motto’s






Foto’s van de boekpresentatie van Drerrie: Marokkaantjes uit de achterwijk
Drerrie: Marokkaantjes uit de achterwijk
Hoe ver moet ik nog integreren. Ik sta dagelijks in jullie krant. Diezelfde krant druk ik tijdens mijn nachtdienst in een drukkerij en diezelfde krant gooi ik de volgende morgen in jou brievenbus. Marokkanen zijn volop in de media. De één wil ze knuffelen en de ander knuppelen. Ik heb het idee dat de gemiddelde Nederlander ons niet begrijpt en niet eens de moeite wil doen om ons te begrijpen. In plaats van op pad gaan met die vraagtekens, worden er liever uitroeptekens geplaatst en conclusies getrokken. Er wordt liever naar de media geluisterd dan naar de Marokkaan zelf. Sterker nog, de meeste onderzoeken over situaties in de Marokkaanse gemeenschap worden door niet-Marokkanen gedaan. Geloof me, wij zijn een compleet volkje. We hebben onze harde werkers en onze luie donders. We hebben onze filosofen en de naïevelingen die alles geloven. Onze uitschot en hotshots. Hoe denkt een Marokkaan? Wie zijn deze mensen en wat beweegt ze? Al deze vragen worden beantwoord in het boek “DRERRIE, Marokkaantjes uit de achterwijk”. We stappen in de hersenpan van een doorsnee Marokkaanse jongen uit de achterwijk en volgen hem een aantal jaren. Verschillende problemen en taferelen vallen op zijn pad. Een verhaal waar liefde slachtoffers maakt en vrienden als familie worden gezien, neemt je mee naar een wereld van ongeschreven wetten. Waar culturen frontaal botsen en wraak met bloed wordt opgelost.
Het heeft me zes jaar gekost om “Drerrie” (jongeren) te schrijven. Maar niet in één stuk door natuurlijk. Telkens als mijn inspiratie op was, dan stopte ik met schrijven en ging ik verder met mijn onderzoek. De gesprekken met criminelen, politieagenten, reclasseringsbeambten, gevangenen, drugsgebruikers, drugsdealers en Marokkanen van de oude generatie, hebben mij zover gebracht dat ik een boek kon schrijven over wat de Marokkaan bezighoudt.

